Dames en heren, hartelijk welkom bij deze start van alweer de 16e atelierroute, waarbij wij weer eens met de neus op kunst worden gedrukt. Toen er nog geen kunst bestond, was de wereld woest en ledig, zoveel weten we wel. Maar toch draait het steeds weer om dezelfde vragen : Wat is kunst, waarom is er kunst, wat moeten we er mee en hoe komen we er weer van af? Als u nu van mij hierop een antwoord verwacht, dan moet u toch uw verwachtingspatroon bijstellen maar ik wil wel met een omtrekkende beweging trachten enig licht op de zaak te laten schijnen. Dat gaat zo:
Er was eens, lang geleden, toen de dieren nog spreken konden, een schildpad die deze gave tot vervelens toe benutte. De hele dag kletste hij maar door, en dan niet over gezellige dingen, nee, het moest allemaal heel diep-filosofische over wie zijn wij en waar komen wij vandaan en wie ben ik en wie ben jij dan en waar gaan we heen en hoe komen we daar en als we er zijn wat doen we dan en hoe laat gaan we weer terug. Ach, het was gewoon niet zo’n leuk beest, die schildpad. Vooral de honden en de paarden hadden de pest aan hem. Die gingen liever lekker wat rondrennen.
Maar de schildpad had toch een zekere reputatie en op een dag moest hij bij de koning komen. ‘Schildpad ’zei de koning, ‘Ik heb een probleem.’
‘O, da’s geen probleem’ zei de schildpad, ‘Problemen zijn mijn ontbijt. Zegt u het maar, dan komen we er wel uit.’
‘Het zit zo,’zei de koning, ‘Ik heb hier in het paleis een kapelletje waar ik iedere dag mijn avondgebedje doe. Maar het is er wat kaal en ik had daar graag wat plaatjes aan de muur om het wat op te vrolijken. Dus heb ik een kunstenaar gevraagd om wat muurschilderingen. Maar nu zit de kunstenaar al weken in mijn kapel en er staat nog niets op de muur.
‘Zo’ zei de schildpad, ‘ Ja.’ zei de koning en als ik dan vraag hoe het gaat zegt hij dat hij eerst zijn eigen identiteit moet onderzoeken, en daarna die van de kapel en dan ook nog die van de gebruiker. Vooral dat laatste benauwt mij. Ik heb het al aan de honden en de paarden voorgelegd, maar die zeggen ‘ Laat die man toch gaan schilderen’, en toen gingen ze weer rondrennen. ‘
‘Majesteit’, zei de schildpad, ‘dat heeft alles te maken met de tijdgeest.’ ‘De wat ??’ zei de koning.
‘De tijdgeest, zei de schildpad, ‘Ik wil het u graag duidelijk maken aan de hand van een verhaal. Dat gaat zo: Lang geleden, in de tijd dat de mensen nog brood met suiker aten, was er eens een keizer. Iedere dag at hij in de kantine zijn boterham met suiker. Maar op een dag keek hij eens om zich heen en vond het er wat kaal. Ook merkte dat zijn boterham hem niet meer zo goed smaakte. Dus liet hij de ooievaar bij zich komen. De ooievaar stond toen bekend als een wijze vogel dus de keizer legde hem zijn probleem voor. ‘ Ooievaar’, zei hij, ‘ Mijn boterham smaakt mij niet meer en de kantine gaat mij steeds meer tegenstaan. Wat denk je, zou het een goed idee zijn om de muren van de kantine eens te laten beschilderen met wat opbeurende taferelen?’ Maar de ooievaar zei niets, want het was de tijd dat de dieren nog niet spreken konden. Dus zonder enig dierlijk advies bestelde de keizer een kunstenaar. De kunstenaar ging welgemoed aan de slag en geleidelijk aan verschenen op de muren stralende panorama’s van zonovergoten landschappen en schaduwrijke bossen waarin kuddes eenhoorns rond gallopeerden verlangend nagestaard door rondborstige bosnymfen en bij de watervallen en rivieren wemelde het van waternymfen die, behalve degelijke kleding, echt van alles voorzien waren. Door een gouden poort was de diepblauwe zee te zien en schepen met witte bollende zeilen omringd door hoog opspringende dolfijnen . En boven dit alles scheen de allesomvattende zon. De keizer was bijzonder tevreden en beloonde de kunstenaar met een jaarabonnement . Getroffen zakte de kunstenaar door de knieen. ‘ Majesteit, dat had u niet moeten doen, !’ bracht hij uit. Maar de majesteit wuifde hem de deur uit, ’t is wel goed zo, ging midden in de zaal zitten, genoot van alles wat hij om zich heen zag en leefde nog lang en gelukkig.’ ‘Dat is een mooi verhaal’, zuchtte de koning, ‘ Waarom heb ik niet zo’n kunstenaar ?’
‘Jaaaaaa’, zei de schildpad ‘ maar dat was in de tijd dat de mensen nog brood met suiker aten, en we leven nu in de tijd dat de dieren nog spreken konden. Zo heeft elke tijd zijn eigenaardigheden.’
‘En wat wil je daar nou mee zeggen? Wat voor raad wil je me nou geven?’ zei de koning, ‘ Ik kan de tijd toch niet terugdraaien ?‘ O, jawel hoor’, zei de schilpad ‘ achter op uw wekker zit een knop. En die moet u dan naar links draaien en dan draait u de tijd terug.’ ‘ O’ zei de koning ‘ dat wist ik niet.’
En toen de schildpad weer weg haastte hij zich naar zijn slaapkamer, pakte zijn wekker en draaide de knop enkele slagen naar links. Het werd donker. Hij draaide nog wat en het werd weer licht. ‘ Ah! Dat zal gisteren zijn. ’ dacht de koning, ‘Het werkt dus.’ en hij draaide nog wat.
Nou lijkt dit allemaal wel simpel, en dat is het ook maar er zitten toch nog wat haken en ogen aan omdat veel tijden samenvallen of elkaar overlappen. We hebben al gezien dat de tijd dat de mensen brood met suiker aten samenvalt met de tijd dat de dieren nog niet spreken konden. En een ander voorbeeld is de tijd dat de aalscholvers nog niet op de lantaarnpalen zaten. Die valt voor een groot deel samen met de tijd dat er nog geen lantarenpalen bestonden. Dit zijn toch punten van aandacht voor de tijdreiziger.
En dus is het toch knap dat de koning de tijd dat de mensen nog brood met suiker aten feilloos wist te vinden. Hij zette zijn wekker weg en ging meteen naar de kapel. En kijk, daar legde de kunstenaar net de laatste hand aan het laatste avondmaal . En ook de andere muren zaten echt onder de fresco’s. De koning bekeek het allemaal vol bewondering en ging spontaan in avondgebed. En de volgende dag was hij al weer vroeg op voor het ochtendgebed. En het middaggebed. Zo gingen de dagen voorbij, en de weken maar op een dag was het winter. De koning kreeg het koud en riep een lakei en zei ‘ Lakei, Zet jij de thermostaat eens even op 20.’ ‘ Eh... majesteit,’ zei de lakei, ‘Dit is de tijd dat er nog geen centrale verwarming bestond.’
Toen besloot de koning terug te gaan naar zijn eigen tijd, toen de dieren nog spreken konden, er geen boterhammen met suiker gegeten werden en de cv wel bestond. Daar aangekomen ging hij meteen naar zijn kapel. Hij haalde opgelucht adem want de schilderingen hadden de tijd goed doorstaan. Het laatste avondmaal was nog niet bedorven. Alleen de kunstenaar zat kniezend in een hoekje, bezig met een onderzoek naar de intrinsieke waarden van de relatie tussen kunstexpressie en de respons van een interactieve omgeving. Maar de koning gaf hem een jaarabonnement en stuurde hem weg
Daarna vaardigde hij twee Koninklijke decreten uit. In het ene stond dat de mensen weer brood met suiker moesten gaan eten en in de andere stond dat de dieren voortaan hun bek moesten houden. En zo leefde iedereen nog lang en gelukkig De atelierroute dus. Er is weer een keur van artiesten te bewonderen, 54 in getal. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt dat ik ze niet alle 54 opnoem. Hoewel ze dat natuurlijk wel verdienen. Maar we leven nu in de tijd dat niet iedereen krijgt wat hij verdient. Sommigen wel, en weer anderen krijgen het wel maar verdienen het niet. Ik spreek de wens uit dat dit weekend , zowel kunstenaars als publiek ieder het zijne mag krijgen en dat vooral het publiek droog over straat kan. En dat we allemaal nog lang en gelukkig mogen leven. En ik dank u voor uw aandacht.